Het zal nooit wennen, of toch?

Ik voel de drang om iets neer te pennen over deze surreële tijden.

Even iets over de “gewone” wereld. Een wereld waarbij we ongedwongen met de kindjes naar de winkel gingen. Waar we naar Centerparcs gingen en met heel de familie aan tafel zaten. Waar we ons zonder na te denken onder de mensen begaven. Het is een wereld die nog niet zo ver achter ons ligt…

Tegelijk is dit de 9e week waarin België op zijn kop staat door het Coronavirus.

Het begon -of zo voelt het toch voor mij- op 13 maart met ons weekendje Utrecht dat last minute in het water viel. België ging in lockdown. Nooit eerder gebeurd. We trokken dan maar -tegen beter weten in en tegen mijn gedacht- naar het vakantiehuisje van familie, net over de grens in Breskens. De avond voordien waren we zelfs nog domweg met het hele gezin naar de Okay geweest om eten te kopen. We waren daar trouwens ook niet alleen.. Ik besefte toen op de parking van de Okay dat dit helemaal niet oké was… Het weekendje Breskens was voor mij geen ontspanning. De spanning om te gaan werken bouwde zich op. Ik kreeg de ene mail na de andere omtrent de richtlijnen hoe we patiënten die mogelijks besmet waren met Covid 19 moesten triëren. De whatsapp groep van mijn collega’s ontplofte omdat het noodplan geneeskunde werd afgekondigd. En tegelijk was er de ongerustheid omdat we gewoonweg onvoldoende beschermingsmateriaal hadden. Het leek wel oorlog.

Op maandag 16/3 stak er mij een ambulance voorbij terwijl ik op weg was naar het werk. De ambulanciers volledig in witte pakken met kap en mondmaskers. Ik ben toen een beetje beginnen hyperventileren op weg naar het werk.

Op woensdag 18/3 waren de kindjes het laatst bij hun grootouders. Ik vertrok met hen als het ware holderdebolder, niet wetende voor hoelang we van elkaar gescheiden zouden zijn.

In die week – een paar paniekaanvallen later- ben ik gestopt bij de apotheek voor angstremmers (kalmeerpillen gelijk ze zeggen in de volksmond 😉). Just in case. Ik heb ze gelukkig tot nu toe nog niet nodig gehad en ben ook niet echt van plan ze te nemen. Maar het feit dat ik ze in mijn schuif heb liggen in uiterste nood, geeft me rust.

Ondertussen zijn we bijna 9 weken verder. De extreme onrust die ik had in het begin, is stilaan weggeëbd.

Al 9 weken waarin ik zeer consequent de richtlijnen van de overheid volg. Zelfs in die mate dat we besloten voor Moederdag niemand van de grootouders voor te trekken en gewoon in ons kot te blijven.

Dat het nu begint te steken, dat winkels open zijn en dat vanaf maandag sportlessen tot 20 personen in de buitenlucht toegestaan zijn. Maar dat contact met familie geen optie is. Tenzij 4 mensen en liefst zo weinig mogelijk bubbels mengen. Het gaat mijn verstand te boven. Eerlijker zou zijn om richtlijnen te voorzien hoe je veilig kan afspreken met familie en vrienden. Want sowieso gaan mensen hiertegen zondigen en meer dan 4 personen zien of verschillende bubbels mixen. Ik begin ook het gevoel te krijgen dat ik wil afhaken. Omdat ik de indruk krijg dat zovelen het beu zijn en de “regels” overtreden. Het wordt echt lastig om neen te zeggen tegen je familie.

En tegelijk heeft de lockdown ook positieve dingen met zich meegebracht. Ik heb mijn kinderen veel vaker bij mij, het is meer leven op mijn tempo (als introvert), ik geniet van de lege weekenden zonder verplichtingen. Maar tegelijk snak ik naar het oude normaal. Het blijft surreëel om mensen op de bus met mondmaskers te zien, om in de gezondheidszorg als marsmannetjes uitgedost te zijn en om schrik te hebben voor een onzichtbare vijand.

Maar dan troost ik me met het feit dat de Spaanse griep ook weg was na anderhalf jaar. Het is dus gewoon een kwestie van geduld en pluk de dag. Samen komen we hier door!

Liefs x

Voor het vuurtje

Ik heb het koud en nestel me voor het elektrisch vuurtje in de badkamer. De warmte van het blazertje roept herinneringen op. Ik was 3 jaar en zat voor de warmteblazer in de winkel van mijn ouders. Ondertussen duwde ik plasticine in de groeven van de betontegels. Mijn ouders deden een middagdutje. En dit was mijn gestolen halfuurtje, lekker in de warmte, vooraleer ik terug naar school ging.

Ik denk na. Ik denk na waarom ik voor sommige zaken zoveel weerstand voel. Waarom ik me zo onzeker kan voelen en afhang van de bevestiging van mijn omgeving. Ik tracht te voelen en toch blijven tranen steken.

Ik denk aan de mensen die ik door de jaren heen verloren heb. Mijn eerste verlieservaring op m’n 8 jaar. Dan op mijn 16j, 18j, 22j, 31j, 32j. Ik hield me telkens sterk en vluchtte wel weer ergens in, meestal mijn werk. Het is mijn overlevingsstrategie geworden. Bij erge dingen blok ik af, wil ik niet voelen, bang om verscheurd te worden van verdriet, van onmacht.

En tegelijk doet dit deugd om écht te voelen. Echt voelen, dat deed ik toen ik mama werd. Het was niet al rozengeur en maneschijn. Maar mijn gevoelens stonden zo scherp. Ik kon me enorm geraakt voelen door iets liefs dat iemand voor me deed, of door verdriet, of door vreugde. Mijn zintuigen stonden toen op scherp en eigenlijk vond ik dat best wel fijn. Om te mogen toegeven dat je ook maar een mens bent met je kleine en grote pijntjes. Om niet die façade telkens hoog te houden en te doen alsof je een taaie tante bent.

Nu voel ik me eerder verdoofd. Het is alsof mijn gevoelswereld “bevroren” is. Veel dingen laten me precies koud en onverschillig. Ik voel me hier echt ongemakkelijk bij, ik wil me niet onverschillig voelen. Ik voel me een slecht en ondankbaar mens met momenten. Het is alsof ik mezelf wil straffen door zo hardvochtig te zijn. Mezelf wil bewijzen dat -als mensen lieve dingen voor me doen – ik het toch niet echt verdien.

Maar hoe krijg ik dat gewrongen gevoel weg. Dat ongemakkelijk gevoel dat komt als ik me blootgeef. Op papier is alles simpel om neer te schrijven. Maar in ’t echt erover vertellen… dan denk ik vooral dat ik anderen niet wil lastigvallen met mijn gepieker…en wil ik vooral voldoen aan de norm van sterke vrouw die alle ballen in de lucht houdt.

Mag ik hier eventjes kwetsbaar zijn? Zonder medelijden graag ;-).

Liefs x

Waarom er geen derde meer komt.

De laatste maanden krijg ik sporadisch de vraag ‘komt er nog een derde?’.

Ik hunkerde naar nog een keer zwanger zijn. Naar nog een pasgeboren baby in mijn armen houden, naar nog zoveel nieuwe eerste keren. Naar de geborgen cocon.

En dan viel mijn frank geleidelijk aan waarom voor nog een kindje gaan, niet iets van mij is.

In mijn omgeving worden er nog geregeld kindjes geboren. Onlangs beviel zelfs 1 van mijn beste vriendinnen van haar derde kindje. En alhoewel ik tot tranen toe ontroerd was toen ik haar ging bezoeken in het moederhuis, toch voelde ik dat er diep in mij niet meer datzelfde verlangen sluimerde naar een derde kindje.

Ik had het voorrecht om spontaan zwanger geworden te zijn. Het voorrecht om een normale zwangerschap én bevalling zonder al te veel zorgen doorgemaakt te hebben. Ik heb zoveel mogelijk proberen genieten. Ik heb op mijn roze wolk gezeten én ik ben er keihard afgedonderd de tweede keer. Ik heb een bevalling gehad mét en eentje zonder epidurale. Eentje met een knip en eentje met een tweedegraads scheur. Ik heb een kraamperiode zonder en eentje met borstvoeding gekend. Ik heb geen striemen op mijn buik overgehouden aan de zwangerschappen, maar wel een klein mama-buikje.

Mijn kinderen hebben een extra dimensie aan mijn leven gegeven. Ik heb nooit zo intens gevoeld als tijdens die eerste weken/maanden met een baby in mijn armen. Het verlangen dat ik heel sporadisch heb, is vooral een verlangen naar die veilige geborgen cocon vol echte gevoelens. Tijdens mijn zwangerschappen heb ik echt bewust voor mezelf, voor ons durven kiezen. Dat doet wat met een mens.

Maar ik ben ook nooit zo moe geweest als de laatste 3 jaar. Ik verlang zo naar diepe en goede slaap. Naar tijd met elkaar als koppel. Naar gestolen momenten voor mezelf.

Ik heb ook op mijn tandvlees gezeten, toen mijn lijf allerlei rare klachten begon te vertonen. Ik heb 6 maand in onzekerheid geleefd. Heb ik nu wel of geen MS. Wél witte stof letsels in de hersenen op de typische locaties voor MS, geen echte opstoten. Ik functioneer normaal en werk fulltime.

Daarnaast probeer ik echt zo gezond mogelijk te leven. Nog voor ik wist wat ik had, ben ik beginnen minderen met ongezond eten en alcohol.  Ik ben op minder dan een jaar tijd maar liefst 8 kg vermagerd en zit daarmee op een gewicht dat ik laatst in 2014 had (rond de 71kg). Maar mijn lijf is wel veranderd. De broeken van destijds (die ik mooi bewaard had) passen niet goed meer. Het idee om terug zwanger te worden en dan toch striemen te krijgen of terug zoveel moeite te moeten doen om af te vallen nadien, schrikt mij af. Het idee dat ik er nog eens een kind moet uitpersen en dat mijn onderkant terug gehavend wordt, no thanks! De laatste bevalling heeft me net een beetje teveel getraumatiseerd op dat gebied. De gynaecoloog die zegt: ‘ik ga eens rectaal voelen of je sluitspier niet doorgescheurd is” op een moment dat je net zonder verdoving een kind eruit geperst hebt, dan staat je tikker toch even stil. Gelukkig was de sluitspier nog alive and kicking. Maar het scheelde toch niet veel. De hechtingen nadien waren ook niet van de poes ;-).

Voordat ik kinderen had, was er geen twijfel over: elk kind was welkom. Met of zonder handicap. Een abortus zou ik toen -en nu nog steeds – niet over mijn hart krijgen. Maar het idee dat de kans op een kind met een handicap toeneemt, gezien mijn leeftijd, schrikt me af. We hebben twee gezonde meisjes. We hebben onze handen vol. Een kindje met extra zorgen of speciale noden, ik denk dat ik daar momenteel de draagkracht echt niet meer voor heb. Hoe jammer dit ook klinkt.

Maar het doet wel wat met me, dat afscheid nemen van pril babygeluk. Mijn zwangerschapskleren klaarleggen om naar moeders voor moeders te doen. Het sorteren van babykleertjes. Wat mag weg, wat blijft? Sommige kleertjes hebben een speciale betekenis: het eerste kleedje dat ik kocht voor M -toen ik net vernomen had van de gynaecoloog dat het een meisje was-, het allereerste body’tje dat ik samen met beste vriendin L.  kocht in Brugge toen we beiden zwanger waren van ons eerste. Een mooi kleedje van Filou dat ik van mijn mama kreeg voor M en J.

Het is confronterend en soms droevig. Het is een hoofdstuk afsluiten dat nooit meer terugkomt. Het is definitief kiezen om het te laten zoals het is. En daar ben ik niet zo goed in, in keuzes maken. Er staan ons nog veel nieuwe avonturen te wachten met ons twee meisjes. Maar soms zou ik graag eens de tijd bevriezen en intens genieten van het moment. Het opslaan in mijn geheugen. Het bewaren voor altijd.

Liefs, E.

 

Cis

Het was begin juni dat ik toch maar eens bij de neuroloog ben beland.

Klachten van voosheid in mijn linkerbeen en soms linkerarm. Erg moe voelen. Op het eerste zicht niks bijzonders na 2 pittige bevallingen met 20 maand tussen en een opgestapelde hoop slaaptekort. Dat dacht de neuroloog ook.

“Doe toch maar een NMR hersenen voor de zekerheid”

En zo lag ik begin juni onder de scan. Infuusje geprikt, oordoppen in en koptelefoon op. Op mijn hoofd een soort kooi en een belletje in de hand, moest ik het niet uithouden. Gelukkig had ik daags voordien naar “de Columbus” gekeken en deed ik mijn ogen toe terwijl ik in “de buis” werd geschoven. Ik trachtte beelden van de mooie landschappen op te roepen terwijl het metallische gedender rondom mij luider werd. Ondertussen werd mijn hoofd warm en kreeg ik hoofdpijn na het inspuiten van de contraststof.

Na 20 minuutjes mocht ik eruit. De verpleger wenste me “het allerbeste”. Ik vond dat vreemd op dat moment. Alles was toch ok?

Ik mocht nog even langs de neuroloog passeren. Snel, want binnen een uurtje moest ik terug zelf patiënten zien. En toen kwam het: “Ik vind het erg vervelend maar er zijn blijkbaar toch talrijke witte stofletsels te zien op de scan”, “teveel om als toevalligheid te aanschouwen”, … op dat moment stond mijn wereld even stil.

De neuroloog sprak een lumbaalpunctie af en nog een bijkomende scan van mijn ruggenmerg. Beide onderzoeken waren gelukkig normaal. Toch sluit dit een sluimerende MS niet uit. Dus kreeg ik de diagnose “clinically isolated syndrome”. In december krijg ik een nieuwe NMR hersenen om te kijken of de aanwezige letsels stabiel blijven, of dat er nieuwe bijkomen.

Het is allemaal een beetje onwezenlijk. Kheb weinig tijd om erbij stil te staan, want er lopen hier 2 kleine kindjes rond die me nodig hebben. Maar toch heb ik de indruk dat het me onzeker maakt. Op dagen dat de vermoeidheid hoogtij viert en de klachten in mn linker been weer meer op de voorgrond staan, ik moeilijker uit mn woorden geraak of onhandig ben. Is het door de witte stofletsels of niet.. dat ben je dus nooit 100% zeker.

Het is wat het is, zeker?

Liefs, E.

Voor J.

Dag meisje,

Je bent ondertussen al 15 maand! Wat gaat het snel. En eerlijk? Ik geniet wel van de leeftijd die je nu hebt. Ook al denk ik stiekem soms met heimwee terug aan de periode toen je 6 á 8 maand was, toen was je nog meer baby. 😉

Het is verbazend hoe alles anders verloopt dan bij je zus. Vooral de manier waarop je in het leven staat: heel ongedwongen en vrolijk valt mij op. Je zusje is complexer, ons kindje met een handleiding.

En daar valt wel wat over te zeggen. Sinds je zus zo’n jaar was, hebben je papa en ik het gevoel dat haar spraakontwikkeling niet loopt zoals het moet. Taalbegrip is zeer uitgebreid en ze maakt zich verstaanbaar. Maar praten. Neen. Je zusje zei tot haar 2j ongeveer “ba” i.p.v. mama of papa. Nu zegt ze wel mama, papa, maar nog geen zinnetjes en ze is bijna 3j. Het klopt gewoon niet. Mensen uit onze omgeving begint het ook op te vallen. Terwijl velen voordien het wegwimpelden en zeiden dat ze zeker in volzinnen ging praten als ze 3j was want dat ze ook iemand in de familie hadden die heel laat was beginnen spreken, zie ik nu steeds vaker gefrons of bezorgde blikken als ik zeg dat mijn kind van bijna 3 amper praat.

Mijn buikgevoel is juist. Vraag me niet waarom, maar ik voel al van veel eerder dat oudste een kindje met een handleiding is…

Jij, kleine spruit, bent 15 maand en zegt al volgende woordjes: mama (yes!!! 😘), papa, boom boem (boom die omgevallen was in tuin van oma en bompa), Bumba, bawl (bal)… dat heeft je zusje nooit gedaan. Ook het brabbelen dat jij doet, heeft je zus nooit op die manier gedaan..

je zusje is dan wel sneller qua stappen. En ze is net als jij een zeer slim kind dat dingen snel doorheeft. Jij begint op je 15 maand stilletjes aan voldoende zelfvertrouwen te hebben om alleen te stappen. Maar het gebeurt tot nu toe sporadisch. Je zusje stapte dan wel weer op haar 11 maand.

Twee kindjes, geen gelijken en soms vergelijken. Alhoewel je dat beter niet doet. Elk met zoveel mogelijkheden en fier dat ze mijn dochters zijn!

Liefs xx

Hersenspinsels – 26/2/2019

Wij hebben de cd Entity van Oscar and the Wolf grijs gedraaid tijdens onze trip naar Oostenrijk in juni 2017.

Het was een reisje met een baby op de achterbank en een baby in de buik.

Als ik nu dezelfde cd afspeel op een grauwe dag in België, zie ik in gedachten de bergen terug verschijnen. Het weidse zicht op de natuur en het gelukzalige gevoel van in verwachting te zijn. Mooie herinneringen.

Ik probeer elke dag mijn kleine gelukjes te vinden. Maar als het slaaptekort alle mooie zaken wegfiltert, is het een worsteling met de dag en mezelf.

Prikkels komen intens binnen. Aangename maar ook minder aangename. Zo liep ik net in een home en rook ik als het ware “de dood”. Een moeilijk te omschrijven geur, maar eentje die ik keer op keer ruik als ik een overlijden vaststel. Griezelig.

Bij het buitenkomen haalde ik eens diep adem en keek ik naar de staalblauwe lucht waar enkele vliegtuigen een krijtstreep trokken. En dan wegdromen naar een vakantie met het vliegtuig.

Liefs.

Een reis door mijn parfums

Door de jaren heen verzamelde ik enorm veel parfums: herinneringen én flesjes. Een reisje door mijn geuren:

Tartine et Chocolat: gekregen als 6-jarige op mijn eerste communie

Rive Gauche van Yves Saint-Laurent: gekregen op mijn 8ste van mijn papa. Een bloemige geur.

Miniatuurflesjes parfum: gekregen van mama en papa toen ze terugkwamen van een reisje met collega’s.

J’adore van Dior: gekocht toen ik zo’n 18 à 19 jaar was, net begonnen aan het unief, de periode dat ik mijn pépé verloor. (magnolia – meloen – tuberoos – vanille)

Ralph van Ralph Lauren: gekocht tijdens een supermarginale (lees: pas gaan slapen om 6u s ochtends en onnozel doen met een grote bende vrienden) maar geestige midweek in de Ardennen toen ik 21 was. Het geurtje dat mijn zoet terugvoert naar het begin van onze relatie. (japans osmanthus – magnolia – muskus). Bloemig.

Envy me – Gucci: een miskoop, in de winkel vond ik dit een lekker geurtje, maar achteraf paste het niet bij mij… (pioenroos; lychee, tonkaboon en sandelhout)

DKNY – Donna Karan (appel – tuberoos – sandelhout)

Hugo Woman– Hugo Boss (eikenmos, jasmijn, sandelhout)

Amor Amor van Cacharel: een blijvertje, dit geurtje gebruik ik sinds mijn 27ste en blijft zo’n kleine 10 jaar later één van mijn favorieten. (sinaasappel, abrikoos, roos, tonkaboon en vanille). Bloemig/fruitig.

Nuit pour Femme – Hugo Boss (perzik, jasmijn, sandelhout en mos)

Ma Vie – Hugo Boss: gekregen van mijn ouders toen ze terugkwamen van reis 3 à 4j geleden. De “overdag” versie van Nuit pour Femme. (cactusbloem – roos – ceder)

Scandal by Night van Jean-Paul Gaultier: mijn allernieuwste aanwinst, een zoete zwaardere geur met honing, tuberoos, tonkaboon en hout. Oriëntaals bloemig.

Nota: Na het opzoeken van de geurnoten van al mijn parfums zie ik toch vaak tuberoos, vanille en tonkaboon terugkeren… blijkbaar ben ik in mijn parfumkeuze toch vrij consequent 🙂 .

Conclusie: ik ben een zoet meisje!